Column 'Een Nederlands cultureel probleem'

 

                                                                                                                                   

Een Nederlands cultureel probleem

 

Door Fenneke Wekker

Geplaatst in het Parool op 27-12-2013

 

Met stijgende verbazing las ik in het Parool  van vrijdag 21 december, het voorpagina-stuk met de kop ‘Immigrant moet aanpassen’.

Lodewijk Asscher, in zijn nieuwe functie als minister van Integratie, roept allochtone groepen op zich meer aan te passen aan de Nederlandse cultuur. Hij stelt dat deze er nog steeds zeer ouderwetse opvattingen op na houden en dat ‘wij’ (dat zullen dan wel de autochtonen zijn, die er géén ouderwetse opvattingen op na houden) er voor moeten zorgen dat allochtonen “de verworvenheden van dit land […] verinnerlijken”.

Allereerst, mijnheer Asscher, de groepen allochtonen waar u het over heeft (zoals ‘de Marokkanen’ op de arbeidsmarkt) zijn Nederlanders. Die ‘tweede generatie allochtonen’, zijn geboren Nederlandse staatsburgers. Hun opvattingen (van welke aard deze ook mogen zijn) zijn organisch onderdeel van de Nederlandse cultuur, omdat die nu eenmaal gevormd en in stand gehouden wordt in sociale processen tussen alle Nederlanders.

Het overzichtelijke, nogal simplistische beeld dat u schetst over ‘de Nederlanders’ die het ‘normaal’ vinden om het homohuwelijk goed te keuren, er gelijke man-vrouwverhoudingen op na houden en weinig nadruk leggen op religie, is een fantasie. Als ik in Staphorst rond loop (een ‘echt’ Nederlands dorp), merk ik al snel dat ik meer normen en waarden deel met ‘de Marokkanen’ in mijn straat, dan met deze ‘autochtone’ Nederlanders. Cultuur is, en het lijkt alsof men dat in de Nederlandse politiek graag vergeet, niet iets dat vastligt en in onze genen gebakken zit. Het groeit, beweegt, verandert, afhankelijk van de samenstelling van de gemeenschap. ‘Ouderwetse’ opvattingen over man-vrouwverhoudingen, het homohuwelijk en het belang van religie zijn blijkbaar nog steeds onderdeel van die cultuur. Als de politiek dit een probleem vindt is dat een Nederlands probleem, waar wij allen verantwoordelijk voor zijn. Het veranderen van opvattingen die in grote delen van de Nederlandse samenleving gedeeld worden, kan niet uitsluitend in de schoenen van ‘de Marokkanen’ of  de ‘tweede generatie allochtonen’ geschoven worden, hoe heerlijk eenvoudig het ook klinkt.

Ten tweede, sinds wanneer vinden wij het in Nederland wenselijk dat de overheid zich bemoeit met het ‘innerlijk’ van haar burgers? Als Nederlander hebben wij rechten en plichten, wij dienen ons te houden aan de Nederlandse wet en kunnen sancties verwachten als we dat niet doen. Maar van mensen vragen bepaalde heersende opvattingen te ‘verinnerlijken’ en dit ook nog eens actief ‘expliciet’ te moeten maken, zoals u voorstelt, neigt mijns inziens naar een vorm van totale controle. Door onderscheid te maken tussen ‘autochtonen’ (die bovengenoemde normen verinnerlijkt hebben) en ‘allochtonen’ (die er ouderwetse opvattingen op na houden), brengt de politiek een nog groter schisma aan tussen Nederlandse burgers. Niet langer is de wet het criterium of burgers Nederlanders zijn, maar zijn hun opvattingen hiervoor bepalend. Ik vrees, mijnheer Asscher, dat er met dat criterium nog maar weinig ‘autochtonen’ overblijven.

 

 

 

 

Inloggen
Fenneke Wekker; Onderzoek, Tekst & Advies - site by site by Kant en Klare site uw eigen unieke website!